ECLI:NL:CRVB:2003:AF9588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Beëindiging aanvullende vervoersvergoeding na uitbreiding deeltaxigebied niet onrechtmatig
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Breda om de aanvullende financiële vergoeding voor vervoer buiten het deeltaxigebied per 1 januari 2001 te beëindigen. De rechtbank had dit bezwaar ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het gebied waarin de deeltaxi kan worden gebruikt aanzienlijk is uitgebreid, waardoor appellante binnen dit gebied kan reizen tegen een tarief vergelijkbaar met het openbaar vervoer. Appellante maakt zelf 2 à 3 keer per week gebruik van de deeltaxi. Daarnaast is zij voorzien van een elektrische rolstoel voor verplaatsingen in de directe woonomgeving.
De Raad acht dat appellante met deze voorzieningen in staat is om in aanvaardbare mate deel te nemen aan het dagelijks leven in haar directe woon- en leefomgeving. Het vervoer binnen de gemeente Tilburg valt niet onder de directe woonomgeving, waardoor beperking van de vergoeding tot vervoer naar en van Tilburg gerechtvaardigd is.
Er is geen sprake van sociaal isolement door het gebruik van de deeltaxi en de hardheidsclausule is niet van toepassing. De Raad concludeert dat het besluit zorgvuldig is genomen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de aanvullende vervoersvergoeding.