ECLI:NL:CRVB:2003:AF9595
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart hoger beroep en verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk inzake woningaanpassing Wvg
Verzoekster had bij de gemeente Roermond een verhuiskostenvergoeding en woningaanpassing aangevraagd op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). De gemeente kende een vergoeding toe van f 3.000,-- en stelde een woningaanpassing voor als goedkoopst adequate oplossing indien verhuizing niet binnen zes maanden mogelijk was. De kosten van deze aanpassing werden geraamd op ruim € 43.400,--, terwijl verzoekster een duurdere aanpassing met een woonhuislift wenste, begroot op f 156.802,--.
De rechtbank Roermond verklaarde het bezwaar tegen het besluit van de gemeente ongegrond, maar oordeelde in het beroep dat het besluit over de woningaanpassing onvoldoende onderbouwd was en vernietigde dit deel van het besluit. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting bleek dat partijen bereid waren tot een schikking waarbij de gemeente een bedrag van € 53.400,-- beschikbaar stelde voor de door verzoekster gewenste duurdere woningaanpassing.
Gezien deze omstandigheden en het ontbreken van procesbelang verklaarde de voorzieningenrechter het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak benadrukt het beleidsvrijheid van gemeenten bij de toekenning van voorzieningen en het uitgangspunt van de goedkoopst adequate oplossing.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na schikking.