ECLI:NL:CRVB:2003:AF9728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- H. Bolt
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van meerinkomen en toepassing hardheidsclausule bij studiefinanciering over 1995
Appellante betwistte dat de nabetaling van een AAW-uitkering in 1995 als meerinkomen voor dat jaar mocht worden meegeteld bij de vaststelling van haar toetsingsinkomen voor studiefinanciering. De IB-Groep had een vordering wegens meerinkomen vastgesteld en een boete opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen een eerder besluit niet-ontvankelijk en vernietigde een nadere vaststelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank onbevoegd was om te oordelen over het nader besluit, dat als een besluit in de zin van de Awb moest worden aangemerkt. De Raad bevestigde dat de nabetaling in 1995, ook voor perioden vóór 1995, meetelde bij het toetsingsinkomen over 1995, conform artikel 26 van Pro de Wet op de studiefinanciering en eerdere jurisprudentie.
Verder verwierp de Raad het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat appellante niet gelijkgesteld kon worden met studerenden die geen nabetaling ontvingen. Ten slotte oordeelde de Raad dat de toepassing van de hardheidsclausule door de IB-Groep niet in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden deels toegewezen aan appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit van 13 augustus 2001 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.