ECLI:NL:CRVB:2003:AF9887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking nachtreceptionist voor sociale verzekeringswetten
In deze zaak stond centraal de vraag of appellant 2 tot 1 januari 1999 als nachtreceptionist/-portier bij appellant 1 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was in de zin van de sociale werknemersverzekeringswetten. De Raad baseerde zich op het feit dat het werk een persoonlijke arbeidsverplichting inhield, met werkgeversgezag en een contractueel kader, ondanks dat appellant 2 door de fiscus als zelfstandig ondernemer werd beschouwd.
De Raad oordeelde dat de aard van het werk, de gestructureerde werktijden, de instructies van de leiding en de beloning op uurbasis wezen op een dienstbetrekking. Het feit dat appellant 2 het werk alleen verrichtte en geen hulppersoneel kon vinden, deed hieraan niet af.
De rechtbank had eerder het beroep van appellanten ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Er werden geen gronden gevonden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De verzekeringsplicht van appellant 2 en de premiebetaling door appellant 1 werden daarmee bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant 2 tot 1 januari 1999 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was, waardoor verzekeringsplicht en premiebetaling van toepassing zijn.