ECLI:NL:CRVB:2003:AF9888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezagsrelatie werknemer versus gezamenlijk ondernemerschap in socialezekerheidsrecht
In deze zaak staat centraal of betrokkene 1 in de periode 1996-1999 als werknemer in een gezagsrelatie bij appellante werkzaam was, dan wel als gelijkwaardig en gezamenlijk ondernemer met betrokkene 2 kon worden beschouwd. De rechtbank Breda had eerder geoordeeld dat sprake was van een gezagsrelatie, hetgeen door de Raad werd bevestigd.
De Raad overwoog dat ondanks de intentieovereenkomst en stemovereenkomst tussen de betrokkenen, de materiële omstandigheden zoals het ongelijk aandelenbezit en het ontbreken van financiële armslag voor betrokkene 1 wezen op een gezagsrelatie. Betrokkene 1 had onvoldoende invloed in de algemene vergadering van aandeelhouders en kon zich niet effectief verzetten tegen ontslag.
Appellante voerde aan dat de taakverdeling en overeenkomsten wezen op gezamenlijk ondernemerschap, maar de Raad vond deze argumenten onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. Pas na de periode in geding, in 2000, werd gelijkwaardig aandelenbezit gerealiseerd, wat de situatie veranderde.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarbij geen toepassing wordt gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene 1 in de periode 1996-1999 in een gezagsrelatie werkzaam was en wijst het hoger beroep af.