ECLI:NL:CRVB:2003:AG0206
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- J.G. Treffers
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de toepassing van art. 19 WUV op uitkeringen weduwen van omgekomen soldaten
Eiseres, weduwe van een tijdens gevechten omgekomen soldaat, verzocht de Raadskamer WUV om haar buitenlandse weduwenuitkering niet langer als inkomsten in mindering te brengen op haar WUV-uitkering. Verweerster wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroep van eiseres behandeld en overwogen dat verweerster bevoegd is om besluiten te herzien, maar dat deze bevoegdheid discretionair is en het bestreden besluit redelijk en in overeenstemming met het recht is genomen.
De Raad overwoog dat sinds 1998 een gedragslijn geldt waarbij uitkeringen aan ouders van omgekomen soldaten worden aangemerkt als smartengeld en niet in mindering worden gebracht op de WUV-uitkering. Verweerster weigert deze gedragslijn toe te passen op weduwen omdat de uitkering aan hen een inkomensvoorziening betreft. Dit onderscheid acht de Raad gerechtvaardigd omdat een kind doorgaans niet bijdraagt aan het gezinsinkomen, terwijl een echtgenoot dat wel doet.
De Raad concludeert dat het besluit van verweerster om de uitkering van de weduwe als levensonderhoud te beschouwen en in mindering te brengen op de WUV-uitkering niet onredelijk is en geen strijd oplevert met geschreven of ongeschreven rechtsregels. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit om de weduwenuitkering in mindering te brengen op de WUV-uitkering blijft gehandhaafd.