ECLI:NL:CRVB:2003:AG2414
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken ongeregeldheden bij huisuitzetting in Soerabaja
Eiser verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, vanwege gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië.
Verweerster wees het verzoek af omdat de huisuitzetting in 1946 uit het ouderlijk huis in Soerabaja niet gepaard ging met ongeregeldheden die onder de Wet vallen. Ook andere door eiser genoemde gebeurtenissen, zoals granaatinslagen en het zien doodschieten van twee mannen, werden onvoldoende bevestigd of vielen buiten de werkingssfeer van de Wet.
De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de huisuitzetting plaatsvond tijdens ongeregeldheden zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet. Hoewel eiser stelde dat Indonesiërs het gezin uit het huis verdreven, werd aangenomen dat het leden van de geallieerde troepen waren en dat na 1 december 1945 in Soerabaja nauwelijks ongeregeldheden meer waren.
Ook de procedurele klacht over het niet persoonlijk horen van een tante van eiser werd verworpen, omdat alsnog een verklaring van haar was ingebracht en meegewogen. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de huisuitzetting niet viel onder de werkingssfeer van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.