ECLI:NL:CRVB:2003:AH3496
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- J.B.J.M. ten Berge
- Rechtspraak.nl
Toerekening van supplement voor minderjarig kind aan overige inkomsten moeder bij korting periodieke uitkering
Eiseres, weduwe van een vervolgingsslachtoffer, ontving een periodieke uitkering ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (de Wet). Daarnaast ontving zij een nabestaandenuitkering uit Israël, inclusief een supplement voor haar minderjarige dochter. Verweerster bracht dit supplement in mindering op de periodieke uitkering van eiseres.
Eiseres verzocht verweerster om het supplement buiten beschouwing te laten bij de korting, stellende dat het een zelfstandige aanspraak van haar dochter betrof. Dit verzoek werd afgewezen, waarna eiseres beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het supplement onderdeel is van een op naam van eiseres toegekende uitkering, afhankelijk van gezinsomstandigheden, en niet als zelfstandige aanspraak van het kind kan worden gezien. De Raad vond de toerekening van het supplement aan de overige inkomsten van eiseres een redelijke uitleg van de wet en verklaarde het beroep ongegrond.
Tenslotte werd vastgesteld dat sinds begin 2000 het supplement rechtstreeks aan de inmiddels meerderjarige dochter wordt uitbetaald en niet meer wordt betrokken bij de korting op de uitkering van eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het supplement wordt terecht toegerekend aan haar overige inkomsten.