ECLI:NL:CRVB:2003:AH8913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende grond voor ontheffing en ongeschikte herplaatsing ambtenaar Staatsbosbeheer
Appellant, sinds 1971 werkzaam bij Staatsbosbeheer, werd na een reorganisatie in 1997 als opzichter personeel geplaatst bij een mobiele ploeg. Vanaf dat moment ontstonden communicatie- en samenwerkingsproblemen met collega's, die regelmatig tot conflicten leidden. Na bekendwording van een strafrechtelijke veroordeling wegens een zedenmisdrijf, besloot gedaagde appellant op 25 februari 1999 ontheffing te verlenen van zijn functie wegens een zogenaamd onwerkbare situatie, met een tijdelijke herplaatsing en de intentie tot een passende functie.
Op 17 mei 1999 werd appellant herplaatst als boswachter Voorlichting en PR, een functie die hij niet ambieerde. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de ontheffing wegens een te lange tussenperiode van drie maanden, maar ongegrond voor de herplaatsing. In hoger beroep oordeelt de Raad anders: de samenwerkingsproblemen waren niet dermate ernstig dat ontheffing noodzakelijk was, mede omdat samenwerking nog mogelijk was en de spanningen samenhingen met de reorganisatie en de rol van appellant.
Daarnaast is de herplaatsing in de publieksgerichte functie van boswachter Voorlichting en PR niet passend vanwege de bekendheid van de strafrechtelijke veroordeling en de opleidingseisen die appellant niet voldeed. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de primaire besluiten, veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot ontheffing en herplaatsing en veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.