ECLI:NL:CRVB:2003:AH9909

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01/6518 WVG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.I. 't Hooft
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling proceskosten na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

De gemeente Goirle had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. Verzoeker, vertegenwoordigd door een gemachtigde, diende een verweerschrift in. Vervolgens trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Op verzoek van verzoeker oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het bestuursorgaan de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep moest vergoeden.

De Raad baseerde zich op artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vergoeding werd vastgesteld op €483,--, uitsluitend voor kosten gemaakt in het hoger beroep, aangezien de rechtbank reeds een vergoeding had toegewezen voor de kosten in eerste aanleg.

De uitspraak werd zonder zitting gedaan, met schriftelijke toestemming van beide partijen. De Raad benadrukte dat geen hoger beroep mogelijk is tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van €483,-- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
01/6518 WVG
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, gedaagde.
I. INLEIDING
Gedaagde heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Breda van 22 november 2001 tussen partijen gewezen uitspraak. Namens verzoeker heeft mr. Y. Reichardt, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, als gemachtigde van verzoeker op 12 april 2002 een verweerschrift ingediend.
Bij schrijven van 17 maart 2003 heeft gedaagde het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 22 april 2003 heeft de gemachtigde van verzoeker verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen.
Gedaagde heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Daarbij is -kort gezegd- voor wat betreft de proceskosten in hoger beroep gerefereerd aan het oordeel van de Raad.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Artikel 21a van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de kosten kan worden veroordeeld.
De Raad stelt vast dat gedaagde het hoger beroep heeft ingetrokken en dat de gemachtigde van verzoeker blijkens het ingezonden formulier proceskosten vergoeding van kosten voor verleende rechtsbijstand vordert.
Mede in aanmerking nemende dat van de zijde van verzoeker kosten zijn gemaakt voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, namelijk voor het indienen van een verweerschrift en voor het indienen van nadere informatie, acht de Raad termen aanwezig om het voorliggende verzoek te honoreren en de voor vergoeding in aanmerking komende kosten te begroten op € 483,--. Wellicht ten overvloede merkt de Raad nog op dat vergoeding van de proceskosten beperkt dient te worden tot voormelde kosten van het hoger beroep nu gedaagde blijkens de aangevallen uitspraak reeds door de rechtbank is veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 483,--, te betalen door de gemeente Goirle aan de griffier van de Raad.
Aldus gegeven door mr. M.I. `t Hooft in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2003.
(get.) M.I. `t Hooft
(get.) P.N. Rijnsewijn
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.