ECLI:NL:CRVB:2003:AH9909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Rechtspraak.nl
Veroordeling proceskosten na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
De gemeente Goirle had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. Verzoeker, vertegenwoordigd door een gemachtigde, diende een verweerschrift in. Vervolgens trok het bestuursorgaan het hoger beroep in. Op verzoek van verzoeker oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het bestuursorgaan de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep moest vergoeden.
De Raad baseerde zich op artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De vergoeding werd vastgesteld op €483,--, uitsluitend voor kosten gemaakt in het hoger beroep, aangezien de rechtbank reeds een vergoeding had toegewezen voor de kosten in eerste aanleg.
De uitspraak werd zonder zitting gedaan, met schriftelijke toestemming van beide partijen. De Raad benadrukte dat geen hoger beroep mogelijk is tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van €483,-- aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.