ECLI:NL:CRVB:2003:AI0384
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- Ch. de Vrey
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek buitengewoon pensioen wegens onvoldoende bewijs ernstige verstoring levensomstandigheden door verzetsactiviteiten vader
Eiser heeft een verzoek ingediend voor toekenning van een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, stellende psychisch letsel te hebben opgelopen door het verzet van zijn vader. Verweerster heeft dit verzoek afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De Raad heeft het onderzoek heropend en aanvullende stukken ontvangen, waaronder medische rapporten.
De Raad overweegt dat verweerster discretionaire bevoegdheid heeft om te besluiten over gelijkstelling op grond van artikel 3 van Pro het Besluit bij de Wet. Verweerster hanteert het beleid dat alleen bij een ernstige verstoring van levensomstandigheden door verzetsactiviteiten gelijkstelling kan worden toegekend. De Raad acht dit beleid redelijk.
Uit de beschikbare medische gegevens en rapporten blijkt wel een rode draad van psychopathologie bij eiser, maar niet dat deze het gevolg is van een ernstige verstoring van zijn levensomstandigheden door het verzet van zijn vader tijdens de oorlog. Ook de traumatische gebeurtenis waarbij de vader moest aanschouwen dat twee broers werden opgehangen, wordt niet als verzetsdaad in de zin van de Wet aangemerkt.
De Raad concludeert dat verweerster in redelijkheid heeft kunnen besluiten geen gelijkstelling toe te kennen omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat het verzet van de vader een substantiële verstorende werking had op de psychische gezondheid van eiser tijdens de oorlogsjaren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerster wordt niet veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van ernstige verstoring van levensomstandigheden door het verzet van de vader.