ECLI:NL:CRVB:2003:AI0432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van ontvankelijkheid in hoger beroep bij termijnoverschrijding en bekendmaking van besluiten
In deze zaak gaat het om de ontvankelijkheid van appellant in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Assen, die hem wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk had verklaard. Appellant had op 6 december 2001 beroep ingesteld tegen een besluit van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), dat op 7 juni 2000 was genomen. De rechtbank had in haar uitspraak van 12 juli 2002 geoordeeld dat appellant niet-ontvankelijk was, omdat hij de termijn voor het indienen van beroep had overschreden. Appellant heeft hiertegen hoger beroep ingesteld, bijgestaan door zijn advocaat, mr. J. Bonkes.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak op 21 mei 2003 behandeld. De Raad heeft vastgesteld dat er twijfels bestonden over de wijze waarop het besluit op bezwaar van 7 juni 2000 aan de gemachtigde van appellant was bekendgemaakt. De Raad concludeert dat het besluit niet op de juiste wijze is verzonden, aangezien het niet aangetekend was en er geen bewijs van verzending was overgelegd door gedaagde. Hierdoor is de Raad van oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant niet-ontvankelijk was in zijn beroep.
De Raad heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank Assen voor verdere behandeling. Tevens heeft de Raad gedaagde voorwaardelijk veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep, die zijn begroot op € 704,20. De Raad heeft bepaald dat het Uwv het griffierecht van € 82,-- vergoedt. Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking van besluiten en de gevolgen van termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke procedures.