ECLI:NL:CRVB:2003:AI0452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wsw-indicatie wegens voldoende arbeidsvermogen ondanks rugklachten
Appellant, sinds 1980 zelfstandig ondernemer en sinds 1993 beheerder van een sporthal, vroeg plaatsing in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) vanwege ernstige rugklachten die zijn arbeidsvermogen beperkten. De Wsw-indicatiecommissie Midden-Brabant adviseerde negatief, waarna het verzoek bij besluit van 27 mei 1998 werd afgewezen. Appellants bezwaar werd op 11 mei 1999 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn medische beperkingen hem volledig uitsluiten van arbeid in een normale arbeidsomgeving, ook indien aangepast. Hij verwees naar een bedrijfsarts die zijn beperkingen bevestigde. De Raad onderzocht de zorgvuldigheid van het indicatieonderzoek en het bezwaarproces.
De Raad concludeerde dat het indicatieonderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede door een second opinion van een onafhankelijke indicatiecommissie die het oorspronkelijke advies bevestigde. De Raad oordeelde dat appellant, ondanks aanzienlijke beperkingen, in staat is passende arbeid op de reguliere arbeidsmarkt te verrichten en daarom niet tot de Wsw-doelgroep behoort.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarbij geen proceskosten werden toegekend. De bevoegdheid van de bestuurscommissie om te beslissen werd als correct beoordeeld, ondanks een kennelijke misslag in de besluittekst.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de afwijzing van zijn Wsw-indicatie wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.