ECLI:NL:CRVB:2003:AI0626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onjuiste toepassing driejaarstermijn
Appellant, een zelfstandig melkveehouder, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Gedaagde (Uwv) heeft zijn uitkering ingetrokken per 1 mei 1996, omdat de inkomsten uit arbeid in zijn eigen bedrijf volgens artikel 33 AAW Pro niet langer konden worden gekort na een periode van drie jaren.
De Raad oordeelt dat gedaagde de driejaarstermijn onjuist heeft toegepast, omdat de korting op de uitkering begon op 1 augustus 1993 en de termijn van drie kalenderjaren op 1 mei 1996 nog niet was verstreken. De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
Tegelijkertijd stelt de Raad vast dat de inhoudelijke intrekking van de uitkering op medische en arbeidskundige gronden wel gerechtvaardigd is. Appellant was op 1 mei 1996 in staat zijn bedrijf uit te oefenen en de inkomsten waren duurzaam en representatief. De Raad bevestigt dat het beroep gegrond is, vernietigt het besluit, maar laat de rechtgevolgen van het besluit in stand en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van de driejaarstermijn, maar de inhoudelijke intrekking blijft in stand.