ECLI:NL:CRVB:2003:AI1072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging verzekeringsplicht minderheidsaandeelhouders door UWV per toekomstige datum
In deze zaak staat centraal of het UWV de verzekeringsplicht van twee minderheidsaandeelhouders van een bedrijf terecht per een toekomstige datum heeft beëindigd en of er recht bestaat op premierestitutie over de jaren 1996 tot 1999.
Appellante had deze aandeelhouders bij aanmelding in 1996 als verzekeringsplichtig opgegeven en ook bij een looncontrole in 1998 werd dit niet betwist. Pas begin 2000, na het inschakelen van een nieuwe adviseur, werd de verzekeringsplicht betwist vanwege de statutaire positie van de aandeelhouders waarbij een gekwalificeerde meerderheid voor ontslag vereist is.
De Raad oordeelt dat het UWV niet nalatig of onzorgvuldig heeft gehandeld bij het beëindigen van de verzekeringsplicht per 1 februari 2000 en dat appellante zelf verantwoordelijk was voor het niet eerder aanvechten van deze situatie. Er is geen grond voor premierestitutie over de jaren 1996-1999, mede omdat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de verzekeringsplicht in die periode konden wijzigen.
Ook is geen schending van het gelijkheidsbeginsel vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de Raad ziet geen reden om af te wijken van zijn eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: De verzekeringsplicht van de minderheidsaandeelhouders is terecht per 1 februari 2000 beëindigd en er is geen recht op premierestitutie over 1996-1999.