ECLI:NL:CRVB:2003:AI1079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- H.R. Geerling-Brouwer
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Begrip en toepassing van 'zo spoedig mogelijke' doorzending in bezwaar- en beroepsprocedures
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake de niet-ontvankelijkheid van een beroepschrift wegens termijnoverschrijding. Appellanten maakten bezwaar tegen de late doorzending van hun pro-forma bezwaarschrift door het bestuursorgaan, het Dagelijks Bestuur van de Dienst Sociale Werkvoorziening Rijswijk en Omstreken.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de term 'zo spoedig mogelijk' in artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betekent dat de doorzending binnen twee weken na ontvangst moet plaatsvinden. Indien dit niet gebeurt, wordt het tijdstip van ontvangst bij het bestuursorgaan geacht bepalend te zijn voor de beoordeling van de tijdigheid van het beroep. In dit geval was de doorzending te laat, waardoor het beroepschrift niet tijdig werd ontvangen door de rechtbank.
Verder benadrukt de Raad dat de bezwaar- en beroepstermijnen van openbare orde zijn en niet door afspraken tussen partijen kunnen worden verlengd. De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van deze regels en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn door te late doorzending van het bezwaarschrift.