ECLI:NL:CRVB:2003:AI1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar gemeente Leiden
Appellant was werkzaam bij de gemeente Leiden en werd wegens verstoorde werkverhoudingen en ongeschiktheid herplaatst en herplaatstbaar verklaard. Ondanks studiefaciliteiten en mobiliteitsbemiddeling leidde dit niet tot een definitieve herplaatsing. Gedaagde besloot appellant te ontslaan op grond van artikel 8:6, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling 1996 wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan door ziekte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad concludeerde dat appellant zich herhaaldelijk niet hield aan werkafspraken en dat disciplinaire maatregelen terecht waren opgelegd. De Raad oordeelde dat appellant ongeschikt was voor zijn functie en andere functies binnen de gemeente, en dat het ontslagbesluit redelijk was genomen.
De Raad verwierp de stelling van appellant dat zijn mislukte herplaatsingen aan anderen te wijten waren en dat zijn niet afgeronde studies gedaagde konden worden toegerekend. Het bestreden besluit werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.