ECLI:NL:CRVB:2003:AI1289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering verhuiskostenvergoeding na ontslag binnen twee jaar ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellante werd benoemd met de verplichting om te verhuizen en ontving een verhuiskostenvergoeding. Binnen twee jaar na haar verhuizing vroeg zij ontslag aan en werd dit verleend. De gemeente vorderde de vergoeding terug op grond van de geldende CAR/UWO-regels. Appellante voerde aan dat zij niet schriftelijk op de terugbetalingsverplichting was gewezen en dat zij op grond van toezeggingen van de gemeentesecretaris mocht vertrouwen dat terugvordering niet zou plaatsvinden.
De rechtbank wees haar beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de terugvordering terecht was omdat de terugbetalingsplicht ontstaat bij ontslag binnen twee jaar, ongeacht de duur van het dienstverband. Het ontbreken van een schriftelijke verklaring stond hieraan niet in de weg.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat appellante geen ondubbelzinnige toezegging kon aantonen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel was niet relevant na eerdere rechtspraak. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat geen bijzonder geval was aangetoond.
De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak bevestigt dat terugvordering van verhuiskostenvergoeding strikt wordt toegepast bij ontslag binnen twee jaar, ook als sprake is van vertrouwen op niet-terugvordering of bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de volledige verhuiskostenvergoeding na ontslag binnen twee jaar ondanks het beroep op het vertrouwensbeginsel en de hardheidsclausule.