ECLI:NL:CRVB:2003:AI1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldige belangenafweging bij schorsingsbesluit ambtenaar en schadevergoeding
Betrokkene was sinds 1997 werkzaam bij het werkvoorzieningsschap en werd na een uit de hand gelopen gesprek met collega's op 16 juni 1999 met onmiddellijke ingang naar huis gestuurd. Vervolgens werd hij bij besluit van 19 juli 1999 geschorst in het belang van de dienst, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd. Betrokkene werd uiteindelijk per 1 januari 2001 ontslagen wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhoudingen, waartegen nog een procedure loopt.
De rechtbank had het schorsingsbesluit vernietigd omdat niet was gebleken van een zorgvuldige belangenafweging. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de schorsing gerechtvaardigd was vanwege het ernstig verstoorde arbeidsklimaat en het belang van een afkoelingsperiode. Hoewel betrokkene een belang had bij het verrichten van zijn werkzaamheden, behield hij tijdens de schorsing zijn volledige bezoldiging, wat het belang van de dienst zwaarder laat wegen.
De Raad oordeelt dat het werkvoorzieningsschap in redelijkheid van zijn schorsingsbevoegdheid gebruik heeft kunnen maken en verklaart het hoger beroep van het werkvoorzieningsschap gegrond. Het verzoek van betrokkene om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen grond bestaat voor vergoeding. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het schorsingsbesluit werd aangevochten en bevestigd voor het overige.
Uitkomst: Het hoger beroep van het werkvoorzieningsschap wordt gegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.