ECLI:NL:CRVB:2003:AI1360
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedifferentieerde premie WAO en toepassing artikel 6 EVRM
Appellante, een kleine werkgever, betwistte de heffing van een gedifferentieerde premie WAO voor het premiejaar 2000, gebaseerd op de WAO-uitkering van een voormalige werknemer. Zij stelde dat deze premie een punitieve sanctie is en daarmee onder artikel 6 EVRM Pro als een strafrechtelijke maatregel valt, waardoor zij recht zou hebben op uitgebreide procesrechten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde vast dat de werkgever de WAO-uitkering van de ex-werknemer terecht in de premieberekening moest betrekken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat artikel 87e WAO in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, omdat het bezwaar tegen de hoogte van de WAO-uitkering wordt uitgesloten.
De Raad overwoog dat de gedifferentieerde premie een civiele verplichting is en geen strafrechtelijke sanctie, conform eerdere jurisprudentie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De regeling beoogt werkgevers te stimuleren tot preventie en reïntegratie. Hoewel artikel 87e WAO bezwaar tegen de vaststelling van de WAO-uitkering uitsluit, is appellante als medebelanghebbende in de gelegenheid gesteld bezwaar te maken tegen de toekenning van de WAO-uitkering.
De Raad concludeerde dat toepassing van artikel 87e WAO geen schending van artikel 6 EVRM Pro oplevert en bevestigde het bestreden besluit. De gedifferentieerde premie blijft derhalve verschuldigd en de procedurele waarborgen zijn voldoende gewaarborgd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gedifferentieerde premie WAO een civiele verplichting is en dat artikel 87e WAO niet in strijd is met artikel 6 EVRM.