ECLI:NL:CRVB:2003:AI1361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering op grond van Wet BIA wegens niet-woonplaats in Nederland
Appellante, woonachtig in Spanje, verzocht om een uitkering ingevolge de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (Wet BIA). De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet in Nederland woont en zich niet beschikbaar stelt voor de Nederlandse arbeidsmarkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de Wet BIA-uitkering een werkloosheidsuitkering betreft die niet geëxporteerd mag worden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de uitkering een arbeidsongeschiktheidsuitkering is en derhalve niet verminderd of geweigerd mag worden op grond van woonplaats in een andere lidstaat volgens artikel 10 van Pro EG Verordening 1408/71. Ook stelde zij dat er sprake is van indirecte discriminatie naar nationaliteit, strijdig met internationale verdragen.
De Raad oordeelde dat de Wet BIA-uitkering een werkloosheidsuitkering is, bedoeld als tijdelijke compensatie voor personen die hun arbeidsongeschiktheidsuitkering verliezen. De uitkering wordt toegekend op basis van de Werkloosheidswet en vereist beschikbaarheid voor arbeid in Nederland. Daarom kan appellante geen aanspraak maken op de uitkering op grond van artikel 10 van Pro de Verordening.
De Raad bevestigde tevens dat het indirecte onderscheid naar nationaliteit gerechtvaardigd is vanwege het doel van de werkloosheidsregelingen en dat werkloosheidsuitkeringen internationaal gebonden zijn aan het grondgebied van de uitkerende staat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De uitkering op grond van de Wet BIA wordt afgewezen omdat appellante niet in Nederland woont en de uitkering als werkloosheidsuitkering niet geëxporteerd mag worden.