ECLI:NL:CRVB:2003:AI1548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kerkelijke diensttijd bij berekening militair pensioen
De zaak betreft de vraag of de tijd die gedaagde voorafgaand aan zijn militaire dienst heeft doorgebracht in een kerkelijke betrekking meetelt als pensioen geldige diensttijd bij de berekening van zijn militair pensioen. Appellant, de Staatssecretaris van Defensie, stelde dat deze periode niet meetelt omdat het inkomen uit de kerkelijke betrekking minder dan de helft bedroeg van het inkomen als beroepsmilitair.
De rechtbank had het besluit van appellant vernietigd, stellende dat de overgangsbepalingen van de wet een andere uitleg vereisen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank de overgangsrechtelijke bepalingen onjuist heeft geïnterpreteerd. De Raad stelt dat de aangescherpte inkomenscriteria per 1 juli 1986 niet van toepassing zijn op kerkelijke diensttijd, maar dat de inkomensvoorwaarde uit het oude artikel D2, tweede lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet nog steeds geldt.
Omdat gedaagde in de periode van 1 oktober 1969 tot 1 maart 1981 niet voldeed aan deze inkomensvoorwaarde, is de kerkelijke diensttijd terecht niet als pensioen geldige tijd aangemerkt. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van gedaagde ongegrond. Tevens wordt het nadere besluit van appellant vernietigd omdat de rechtsgrond daarvan is komen te vervallen.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit dat kerkelijke diensttijd niet meetelt voor het militair pensioen wordt bevestigd.