ECLI:NL:CRVB:2003:AK4533
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.H. van Kreveld
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming ziektekosten voor zelfstandige echtgenote
Appellant maakte bezwaar tegen het vervallen van de tegemoetkoming in de ziektekosten voor zijn echtgenote per 1 januari 2000, omdat zij vanaf die datum verplicht verzekerd was als zelfstandige onder de Ziekenfondswet. De Staatssecretaris van Financiën handhaafde het besluit op basis van artikel 3 van Pro het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel (BTZR), dat geen aanspraak toestaat indien de echtgenoot zelfstandig verplicht verzekerd is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de letterlijke toepassing van artikel 3 BTZR Pro onrechtvaardig was en dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van werknemers in het bedrijfsleven. Hij voerde aan dat zelfstandigen vóór 1 januari 2000 niet verplicht verzekerd waren en dat de regeling niet aangepast was aan de nieuwe situatie.
De Raad overwoog dat de strekking van het BTZR en de Interimregeling onvoldoende aanknopingspunten bood om van de duidelijke tekst af te wijken. De Raad oordeelde dat het niet aan de rechter is om de innerlijke waarde van wettelijke voorschriften te beoordelen en dat er geen ernstige fouten in artikel 3 BTZR Pro waren die het besluit konden ondermijnen. Ook de ongelijkheidsstelling faalde omdat appellant niet kon aangeven op welke wijze hij ongelijk werd behandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad een verzoek om proceskostenvergoeding af wegens het ontbreken van toepasselijke termijnen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de tegemoetkoming in ziektekosten voor de echtgenote van appellant die verplicht verzekerd is als zelfstandige.