ECLI:NL:CRVB:2003:AK4554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerste terugvorderingshandeling bij terugvordering teveel betaalde uitkering
In deze zaak stond de vraag centraal of een brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen aan een uitkeringsgerechtigde, waarin werd gewezen op mogelijke terugvordering van teveel betaalde uitkering, kon worden aangemerkt als de eerste terugvorderingshandeling. De uitkering was gebaseerd op het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO).
De rechtbank had het bestreden besluit tot terugvordering over de maand september 1995 gegrond verklaard en vernietigd, waarbij zij stelde dat de termijn van vijf jaar voor terugvordering begint te lopen vanaf de eerste terugvorderingshandeling. De brief van 2 augustus 1999 werd door de rechtbank niet als zodanig beschouwd omdat deze niet ondubbelzinnig aangaf dat en over welke periode teruggevorderd zou worden.
De Minister stelde in hoger beroep dat de brief wel als eerste terugvorderingshandeling moest worden gezien, zodat de terugvordering over september 1995 binnen de termijn viel. De Raad volgde dit niet en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De brief was slechts een algemene mededeling en geen ondubbelzinnige schriftelijke mededeling tot terugvordering. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de Minister werd veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.