ECLI:NL:CRVB:2003:AL1643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.W.M. van Ballegooijen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde sociale premies en rechtszekerheidsbeginsel
De zaak betreft de hoofdelijk aansprakelijkheid van een bestuurder voor onbetaalde sociale verzekeringspremies over 1991 en 1993. De rechtbank had eerder geoordeeld dat het tijdsverloop tussen de nota van 1991 en de aansprakelijkstelling in 1997 onrechtvaardig lang was, waardoor het rechtszekerheidsbeginsel was geschonden.
In hoger beroep stelt appellant dat het niet onnodig lang heeft getalmd omdat eerst geprobeerd is de vennootschap tot betaling te bewegen en pas na het faillissement in 1994 duidelijk werd dat de premies onbetaald zouden blijven. Het complexe fraudeonderzoek en internationale karakter maakten het bovendien noodzakelijk om toestemming van de officier van justitie te verkrijgen voordat de loonadministratie kon worden onderzocht.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit voor wat betreft de hoogte van de aansprakelijkstelling niet in stand kan blijven en stelt het bedrag vast op f 71.072,78. Het oordeel van de rechtbank dat appellant onnodig lang heeft getalmd wordt verworpen. De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde en bepaalt dat het Uwv het betaalde recht in eerste aanleg aan gedaagde vergoedt.
De uitspraak benadrukt het belang van het rechtszekerheidsbeginsel, maar erkent ook de bijzondere omstandigheden die het onderzoek en de aansprakelijkstelling hebben vertraagd. De Raad treedt hiermee in de plaats van het vernietigde besluit en maakt een definitieve vaststelling van het verschuldigde bedrag.
Uitkomst: De Raad stelt het bedrag van de aansprakelijkstelling vast op f 71.072,78 en veroordeelt appellant in de proceskosten.