ECLI:NL:CRVB:2003:AL6172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid ambtenaar niet rechtsgeldig wegens onvoldoende onderbouwing
Gedaagde was sinds 1983 werkzaam bij de dienst Riolering en Waterhuishouding en werd na een fusie in 1997 bij de Stichting Dienst Waterbeheer en Riolering Amsterdam en Amstel aangesteld. Hij vertoonde een hoog ziekteverzuim en had samenwerkingsproblemen, waarna hij zich in 1998 ziek meldde en zijn werkzaamheden niet hervatte. Na onderzoek door een arbeids- en klinisch psycholoog en een bedrijfsarts werd geconcludeerd dat gedaagde situatief arbeidsongeschikt was voor zijn functie.
Appellant verleende gedaagde eervol ontslag wegens ongeschiktheid op grond van artikel H9, eerste lid, van de SAW. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit omdat appellant niet in redelijkheid tot ontslag kon besluiten. In hoger beroep oordeelt de Raad dat ontslag wegens ongeschiktheid moet worden gebaseerd op concrete gedragingen van de ambtenaar, wat in dit geval ontbreekt.
De Raad stelt vast dat de rapportages en het besluit van het Lisv onvoldoende feitelijke grondslag bieden voor ongeschiktheid. Voorvallen die appellant aanvoert zijn onvoldoende concreet en deels door gedaagde weersproken. Ook de stelling dat gedaagde vanwege zijn attitude en werkgedrag onhoudbare situaties veroorzaakte, is onvoldoende onderbouwd. De Raad concludeert dat appellant niet bevoegd was het ontslagbesluit te nemen en bevestigt de vernietiging van het besluit. Appellant moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de overwegingen van de Raad.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing; appellant moet een nieuw besluit nemen.