ECLI:NL:CRVB:2003:AL8061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen invordering premieschuld en boeteschuld
Verzoekers hebben bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met het doel een voorlopige voorziening te treffen die de invordering van een premieschuld en boeteschuld opschort totdat hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het instellen van beroep en hoger beroep in dergelijke zaken geen schorsende werking heeft en dat alleen in uitzonderlijke gevallen met zwaarwegende belangen een voorlopige voorziening kan worden getroffen. Verzoekers konden niet aantonen dat de invordering direct tot faillissement zou leiden, noch werd hun stelling cijfermatig onderbouwd.
Daarnaast bood gedaagde een betalingsregeling aan, die verzoekers niet hebben aanvaard. Gezien deze omstandigheden concludeerde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen aanleiding gezien om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter R.C. Schoemaker op 18 september 2003, waarbij de verzoeken werden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de invordering van premieschuld en boeteschuld wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.