ECLI:NL:CRVB:2003:AM2580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Vernietiging premiecorrecties en boetenota’s wegens onvoldoende onderzoek verzekeringsplicht werknemer
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de verzekeringsplicht van een werknemer over de jaren 1994 tot en met 1997 centraal, evenals de daaraan verbonden premiecorrecties en boetenota’s opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Appellante betwistte de opgelegde besluiten en voerde aan dat het onderzoek van het Uwv onvoldoende was, onder meer omdat het gebaseerd was op een beperkte steekproef, niet-representatieve verklaringen van een accountant en een beperkt facturenonderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek ontoereikend was en dat de looninspectie en het Uwv onvoldoende aandacht hadden besteed aan de aard van de werkzaamheden van de werknemer.
De Raad stelde vast dat de werknemer mogelijk niet alleen als reguliere werknemer verhuisarbeid verrichtte, maar ook zelfstandig gespecialiseerd kluswerk met eigen materiaal uitvoerde, wat niet gelijkgesteld kan worden aan reguliere arbeid. Het Uwv had nagelaten de werknemer en appellante hierover nauwgezet te ondervragen, waardoor de onderzoeksconclusies te lichtvaardig waren en niet voldeden aan het zorgvuldigheidsbeginsel.
Op grond hiervan vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De premiecorrecties en boetenota’s zijn vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de verzekeringsplicht van de werknemer.