ECLI:NL:CRVB:2003:AM2823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering vreemdeling niet strijdig met internationaal recht
Gedaagde, van Turkse nationaliteit, verbleef sinds 1990 in Nederland en had een bijstandsuitkering toegekend gekregen op basis van een aanvraag om toelating in Nederland. Deze uitkering werd per 1 juni 2000 ingetrokken omdat hij geen geldige verblijfsstatus bezat. De president van de rechtbank had eerder geoordeeld dat de intrekking disproportioneel was vanwege het rechtmatig verblijf in afwachting van een verblijfsvergunning.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat gedaagde op de relevante datum geen recht had op bijstand volgens de Nederlandse wetgeving en dat de koppelingswetgeving, die de uitkering koppelt aan verblijfsstatus, gerechtvaardigd is voor vreemdelingen die na 1 juli 1998 om toelating verzoeken. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin dit standpunt is bevestigd.
Verder oordeelt de Raad dat het Europees Verdrag voor Sociale en Medische Bijstand vereist dat vreemdelingen beschikken over een vergunning verstrekt door de staat om aanspraak te maken op bijstand, wat hier niet het geval was. De Raad vernietigt daarom de eerdere uitspraak die de intrekking onterecht achtte en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering aan gedaagde is rechtmatig en niet in strijd met internationaal recht.