ECLI:NL:CRVB:2003:AM3307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerstejaars herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en vaststelling ingangsdatum uitkering
Appellant ontving sinds 1996 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, vastgesteld op een mate van 15 tot 25%. Na herbeoordelingen en bezwaren heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de uitkering herzien en verhoogd naar 25 tot 35% en later naar 80 tot 100%, met terugwerkende kracht vanaf september 1997.
De rechtbank vernietigde deels eerdere besluiten en oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid in juli 1998 was toegenomen. De Raad heeft in hoger beroep het standpunt van het Uwv bevestigd dat er geen medische verslechtering was en dat de toename van arbeidsongeschiktheid uitsluitend op arbeidskundige gronden berustte.
De Raad overwoog dat de wachttijd van vier weken niet van toepassing was omdat geen medische verslechtering was vastgesteld. Tevens werd de ingangsdatum van de herziening vastgesteld op de datum van wijziging van de functiebelasting in het Functie Informatie Systeem (FIS) en niet op de datum van het gesprek met de arbeidsdeskundige.
Het hoger beroep werd voor een deel niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond. De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bestreden besluit IV wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen besluiten II en de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk.