ECLI:NL:CRVB:2003:AN4523
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- G.L.M.J. Stevens
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs vervolging
Eiseres, geboren in 1928, vroeg in april 2000 een periodieke uitkering en voorzieningen aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij als woonwagenbewoner tijdens de oorlog door de Duitsers was opgepakt en kort in kamp Westerbork verbleef, waarna zij werd vrijgelaten. Eiseres voerde aan dat woonwagenbewoners die bij de razzia's van mei 1944 werden opgepakt als vervolgde erkend dienden te worden, verwijzend naar vergelijkbare gevallen.
De Raad oordeelde dat woonwagenbewoners niet werden vervolgd op grond van ras, geloof, wereldbeschouwing of homoseksualiteit zoals vereist in artikel 2 van Pro de Wet. Verweerster handelde in overeenstemming met een standpunt uit 1995 dat dergelijke aanvragen alleen aan de hardheidsbepaling van artikel 3, tweede lid, kunnen worden getoetst. Het beroep op een eerdere erkenning van de broer van eiseres faalde omdat dit besluit op een misslag berustte.
Verweerster had op advies van medische deskundigen geoordeeld dat de psychische klachten van eiseres niet direct verband hielden met vervolging, maar met algemene oorlogsomstandigheden en latere ervaringen. De Raad vond de motivering toereikend en zag geen reden voor een medisch onderzoek. Ook het beroep op omgekeerde bewijslast werd verworpen.
De Raad concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij vervolging in de zin van de Wet had ondergaan en dat het besluit van verweerster niet onredelijk was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.