ECLI:NL:CRVB:2003:AN7566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- T. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende tegemoetkoming ziektekosten voor oudste kind bij deeltijdambtenaren
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het verzoek van een ambtenaar om een aanvullende tegemoetkoming in de ziektekosten voor zijn oudste kind werd afgewezen. De ambtenaar en zijn partner werken beiden bij de Belastingdienst in deeltijd (24/36 deel van een volledige werkweek). De partner ontving al een tegemoetkoming voor het oudste kind.
De rechtbank had geoordeeld dat de regeling binnen een gezin slechts één tegemoetkoming voor een kind jonger dan 16 jaar toestaat en dat dit onderscheid tussen gehuwde en ongehuwde ambtenaren in strijd was met de Algemene wet gelijke behandeling. De Staatssecretaris stelde dat de regeling juist voorziet in een toekenning aan één partner, proportioneel naar werktijd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de wettelijke bepalingen onjuist heeft geïnterpreteerd. Artikel 2, derde lid, van het BTZR maakt geen onderscheid naar burgerlijke staat en beperkt de tegemoetkoming tot één kind per gezin. Daarnaast is de berekening van de tegemoetkoming naar rato van de werktijd van de partner correct toegepast. Het verzoek om aanvullende tegemoetkoming wordt daarom terecht afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om een aanvullende tegemoetkoming voor het oudste kind wordt terecht afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.