ECLI:NL:CRVB:2003:AN8065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Appellant ontving een WAO-uitkering die in 1998 werd herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 15-25%. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, waarbij hij expliciet aangaf gebruik te willen maken van zijn recht op een hoorzitting. Ondanks dit verzoek werd het bezwaar ongegrond verklaard zonder dat een hoorzitting plaatsvond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant kennelijk geen belang meer hechtte aan het recht te worden gehoord. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de hoorplicht was geschonden omdat appellant expliciet had aangegeven gehoord te willen worden en niet expliciet afstand had gedaan van dit recht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens schending van de hoorplicht, maar ging inhoudelijk in op de zaak en concludeerde dat de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheid juist was. Daarom liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Tot slot veroordeelde de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.