ECLI:NL:CRVB:2003:AN8472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verzoek nabestaandenpensioen gewezen partner militair
Appellante, gewezen echtgenote van een militair die tot zijn overlijden een invaliditeitspensioen ontving, verzocht om toekenning van een nabestaandenpensioen. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Defensie afgewezen op grond van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen (Nabestaandenbesluit), dat alleen recht geeft aan de echtgenote of geregistreerde partner op het moment van overlijden.
De rechtbank onderschreef deze afwijzing en verwierp het beroep van appellante dat strikte toepassing van het Nabestaandenbesluit in haar geval onrechtvaardig zou zijn. Ook de hardheidsclausule werd niet van toepassing geacht. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het vervallen van hoofdstuk G van de Algemene militaire pensioenwet per 1 januari 1996 een misslag was en dat zij recht zou hebben op een bijzonder nabestaandenpensioen.
De Raad oordeelt dat appellante geen aanspraak kan maken op het nabestaandenpensioen onder het Nabestaandenbesluit, aangezien zij niet tot de kring van aanspraakgerechtigden behoort en het overgangsrecht niet op haar van toepassing is. De wetgever heeft bewust gekozen het recht op pensioen voor gewezen partners te laten vervallen. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat appellante buiten de werkingssfeer van het besluit valt.
De Raad bevestigt daarom de bestreden uitspraak en wijst het beroep af. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een nabestaandenpensioen aan de gewezen partner wordt afgewezen.