ECLI:NL:CRVB:2003:AN8795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen hoogte bijzondere verlenging wachtgeld
Betrokkene, een docent die gebruik maakte van de 50+ regeling, maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn wachtgeld tijdens de bijzondere verlenging vanaf 6 juli 2000. De Minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het besluit van 18 januari 1990, waarin de looptijd en hoogte van het wachtgeld tot 6 juli 2000 waren vastgelegd.
De rechtbank vernietigde deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel. De Raad stelde vast dat de brief van 29 september 1989 geen volledige regeling bevatte en verwees naar de toen geldende 55+ regeling, die voorwaarden en beperkingen kende. Betrokkene kon zich op de inhoud van deze regeling beroepen en had zich voldoende moeten informeren.
De Raad oordeelde verder dat betrokkene na ontvangst van het besluit van 18 januari 1990 niet meer mocht verwachten dat het wachtgeld tot de pensioengerechtigde leeftijd 70% van het laatstverdiende salaris zou bedragen, omdat het besluit een einddatum van 6 juli 2000 vermeldde. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de Minister gegrond, en de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de niet-ontvankelijkverklaring betrof.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 18 januari 1990 wordt bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.