ECLI:NL:CRVB:2003:AN9708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J.Th. Wolleswinkel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdiscontering werkgeversaandeel pensioenpremie in maatmaninkomen bij WAO-uitkering
Appellant betwistte de vaststelling van zijn WAO-uitkering waarbij het werkgeversaandeel in de pensioen- en vutpremie niet werd verdisconteerd in het maatmaninkomen. Hij stelde dat dit aandeel wel meegenomen had moeten worden, verwijzend naar verschillen in uitvoeringspraktijk tussen instellingen en het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel.
De Raad constateerde dat appellant zijn stellingen niet met medische of feitelijke gegevens had onderbouwd en dat er geen bewijs was dat zijn werkgever een hoger premiebedrag dan gebruikelijk betaalde. De Raad verwees naar vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat het werkgeversaandeel alleen in het maatmaninkomen wordt betrokken als de werkgever daadwerkelijk een hoger premiebedrag dan gebruikelijk draagt.
Verder oordeelde de Raad dat verschillen in uitvoeringspraktijk tussen instellingen onvoldoende aanleiding geven om het standpunt van appellant te volgen. De Raad vond geen grond om het gelijkheidsbeginsel zodanig uit te leggen dat dit tot een afwijking van de wettelijke regels zou moeten leiden.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van appellant ongegrond verklaarde en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen de vaststelling van de WAO-uitkering wordt bevestigd.