ECLI:NL:CRVB:2003:AN9811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding termijn bezwaarschrift
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift. De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
De Raad stelt vast dat de brief van appellante van 27 december 2001 terecht is opgevat als bezwaar tegen een nota van 2 juli 1997. De termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, is ruimschoots overschreden. De door appellante aangevoerde gronden zijn in wezen een herhaling van eerdere argumenten en vormen geen verschoonbare reden voor de overschrijding.
Daarom kan het hoger beroep niet slagen en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. Het geschil betreft bestuursrechtelijke procedures binnen het sociale zekerheidsrecht, waarbij de formele termijnen strikt worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.