ECLI:NL:CRVB:2003:AN9814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Verlaging wachtgelduitkering met terugwerkende kracht onterecht verklaard
Appellant, voormalig ambtenaar, werd wegens reorganisatie eervol ontslagen met toekenning van wachtgeld en een garantie dat hij geen financieel nadeel zou ondervinden van de afschaffing van de Vut-wet.
Na afschaffing van de Vut-wet werd het wachtgeldpercentage aangepast om het netto-uitkeringsniveau te waarborgen. In 2000 werd het percentage verlaagd tot 77%, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2000, waarna appellant bezwaar maakte tegen deze correctie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat gedaagde geen onderbouwing gaf voor de verlaging. De Raad vernietigt het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt een nieuw besluit met correcte motivering.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de wachtgelduitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.