ECLI:NL:CRVB:2003:AO1599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Gewezen echtgenote heeft recht op nabestaandenuitkering ondanks stopzetting alimentatiebetaling
Appellante, een gewezen echtgenote, was sinds 1980 gescheiden en ontving alimentatie op grond van een gerechtelijke uitspraak uit 1982. Ondanks dat de alimentatiebetalingen in 1998 feitelijk werden stopgezet op advies van de sociale dienst, is de alimentatieplicht nooit formeel beëindigd door rechterlijke uitspraak of overeenkomst.
Na het overlijden van haar ex-echtgenoot in 2000 vroeg appellante een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw), die werd afgewezen omdat de alimentatieplicht direct voorafgaand aan het overlijden niet zou hebben bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat de alimentatieplicht formeel bleef bestaan en dat het feitelijke stopzetten van betalingen op administratieve gronden was gebaseerd. Daarom heeft appellante recht op de nabestaandenuitkering. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De gewezen echtgenote wordt erkend als nabestaande en heeft recht op een nabestaandenuitkering.