ECLI:NL:CRVB:2003:AO1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding bezwaartermijn
Met ingang van 1 januari 2002 trad de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking, waarbij het Uwv de plaats innam van het Lisv. Appellanten stelden hoger beroep in tegen uitspraken van de rechtbank Breda die hun bezwaren ongegrond verklaarden wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank oordeelde dat appellanten hun bezwaarschrift niet tijdig hadden ingediend en geen aannemelijk bewijs hadden geleverd van tijdige verzending, zoals aangetekende post of ontvangstbevestiging. Ook was er geen sprake van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het bezwaarschrift op 14 september 2001 was verzonden, onderbouwd met een afschrift van een postboek van het premieplichtig lichaam. De Raad achtte dit echter onvoldoende bewijs voor tijdige verzending.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar. Er waren geen gronden om te concluderen dat appellanten niet in verzuim waren. De Raad zag geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn.