ECLI:NL:CRVB:2003:AO3576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies en boetenota's
Belanghebbende was bestuurder van een vennootschap die premies verschuldigd was over de jaren 1992 tot en met 1996. Het bestuursorgaan stelde hem hoofdelijk aansprakelijk voor het niet betalen van deze premies en boetenota's. Belanghebbende voerde onder meer aan dat sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, dat er ten onrechte geen hoorzitting had plaatsgevonden, en dat het bedrag van de aansprakelijkheid te hoog was vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het besluit tot aansprakelijkstelling, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat belanghebbende tijdens zijn bestuursperiode zowel de premieschuld als de betalingsonmacht ontstonden, waardoor het wetsartikel over gewezen bestuurders niet op hem van toepassing is. De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan terecht het wettelijk vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur toepaste en dat belanghebbende niet slaagde in de weerlegging hiervan.
Verder werd geoordeeld dat de procedurele termijnen, inclusief de afhandeling van het bezwaar, niet onredelijk waren en dat het ontbreken van een hoorzitting niet tot vernietiging leidt omdat hier niet om was verzocht en de boetenota's waren komen te vervallen. Het bestuursorgaan werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De aansprakelijkheid werd vastgesteld op €274.922,69, een bedrag lager dan aanvankelijk opgelegd.
Uitkomst: Belanghebbende wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor €274.922,69 en het bestuursorgaan wordt veroordeeld in de proceskosten.