ECLI:NL:CRVB:2003:AO4501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid na politiek conflict op werkvloer
Gedaagde, werkzaam bij VOF 'Hoop Fashion', werd op 17 februari 1999 op staande voet ontslagen na een politiek getint conflict op de werkvloer gerelateerd aan de arrestatie van PKK-leider Öcalan. De werkgever trok het ontslag later in en verzocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 mei 1999 met een vergoeding van één maandsalaris.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, weigerde de WW-uitkering blijvend op grond van verwijtbare werkloosheid, omdat gedaagde zich zodanig zou hebben gedragen dat hij zijn ontslag had kunnen voorzien. De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van verwijtbare werkloosheid, mede omdat de werkgever de keuze had gemaakt gedaagde uit het werkverband te verwijderen om het conflict te bezweren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Appellant heeft onvoldoende informatie verstrekt om de verwijtbaarheid van gedaagde aannemelijk te maken, zoals nadere gegevens over de arbeidsmarkt of de opstelling van de vennoten. Ook is niet gebleken dat gedaagde zijn werkplek onveilig achtte zonder gegronde reden. De Raad concludeert dat de weigering van de WW-uitkering terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wegens vermeende verwijtbare werkloosheid wordt bevestigd.