ECLI:NL:CRVB:2003:AO5099

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02/4558 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 6:17 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:79 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding gegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Assen, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring deed opposant verzet. De Raad behandelde het verzet zonder aanwezigheid van partijen.

Opposant voerde aan dat het ontbreken van informatie over het rechtsmiddel in de uitspraak van de rechtbank Assen de termijnoverschrijding verschoonbaar maakte. De Raad overwoog dat de kennisgeving van de rechtbank wel vermeldde dat in de uitspraak informatie over het rechtsmiddel zou staan, maar dat die informatie ontbrak, waardoor onduidelijkheid ontstond over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Daarnaast handelde de rechtbank in strijd met de wettelijke bepalingen door de uitspraak niet aan de gemachtigde van opposant te zenden. De Raad volgde het standpunt van opposant dat hij niet in verzuim was. Daarom verklaarde de Raad het verzet gegrond, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

02/4558 AW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 22 mei 2003 heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van opposant door de rechtbank Assen op 2 juli 2002, onder de nummers 01/119 en 01/120 AW, tussen partijen gegeven uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.
Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 28 augustus 2003. Partijen zijn - opposant na voorafgaand bericht - niet verschenen.
II. MOTIVERING
In verzet heeft opposant aangevoerd dat het ontbreken van informatie over het rechtsmiddel in de uitspraak van de rechtbank Assen van 2 juli 2002 aanleiding zou moeten zijn de termijnoverschrijding van het door hem tegen die uitspraak ingestelde hoger beroep verschoonbaar te achten.
De Raad overweegt als volgt.
Nu de kennisgeving, waarmee de rechtbank Assen een afschrift van de aangevallen uitspraak aan opposant heeft gezonden, onder meer vermeldt dat in de uitspraak staat vermeld of opposant een rechtsmiddel kan aanwenden en zo ja, welk rechtsmiddel, en de uitspraak echter geen informatie over een rechtsmiddel bevat, heeft de rechtbank naar het oordeel van de Raad onduidelijkheid doen ontstaan over de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.
Voorts neemt de Raad in aanmerking dat de rechtbank in strijd met artikel 6:17 in Pro verbinding met artikel 8:79 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door een afschrift van de aangevallen uitspraak alleen aan opposant en niet aan de als zodanig door de rechtbank in haar uitspraak aangemerkte gemachtigde heeft gezonden.
Op grond hiervan volgt de Raad het standpunt van opposant dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest.
Gezien het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te verklaren. Gelet op artikel 8:55, zevende lid, van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. T. Hoogenboom en mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2003.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) M. Pijper.