ECLI:NL:CRVB:2003:AO5243
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant, een vroeggehandicapte, ontving sinds 1976 een arbeidsongeschiktheidsuitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%. Uit een melding van de belastingdienst bleek dat appellant inkomsten genoot uit taxiritten en het verhuren van zijn postadres. Gedaagde (het UWV) heeft daarom de uitkering over de periode van 1 januari 1997 tot 1 januari 1999 gekort alsof appellant was ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%, en de onverschuldigd betaalde bedragen teruggevorderd.
Appellant betwistte in bezwaar en beroep onder meer dat de inkomsten uit de verhuur van zijn postadres als inkomsten uit arbeid konden worden aangemerkt en was het niet eens met de hoogte van de geschatte inkomsten uit taxiritten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de inkomsten uit verhuur van het postadres wel degelijk als inkomsten uit arbeid in de zin van de AAW en Wajong moesten worden beschouwd. Ook vond de rechtbank de schatting van de inkomsten uit taxiritten niet onredelijk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. Uit het arbeidsdeskundig rapport en verklaringen blijkt dat appellant organisatorische en productieve activiteiten verrichtte in verband met het postadres, wat als arbeid kwalificeert. De schatting van de inkomsten is zorgvuldig tot stand gekomen en het risico van een onjuiste schatting komt voor rekening van appellant. Ook de hoogte van de inkomsten uit taxiritten wordt door de Raad bevestigd. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting en terugvordering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens inkomsten uit arbeid en wijst het hoger beroep af.