ECLI:NL:CRVB:2003:AO5265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nabetalingen en rente bij WAO-uitkering na herziening arbeidsongeschiktheid
Betrokkene stelde hoger beroep in tegen meerdere besluiten van het UWV inzake nabetalingen en rentevergoeding over WAO-uitkeringen na herziening van zijn arbeidsongeschiktheidsstatus. De Raad behandelde drie gedingen die samenhang vertoonden.
In het eerste geding ging het om de vaststelling van bruto nabetalingen en de berekening van de wettelijke rente. De Raad oordeelde dat de door het UWV gehanteerde berekeningswijze van het bruto bedrag juist was en verwierp het beroep van betrokkene op een andere berekeningsmethode. Ook werd geen vergoeding van proceskosten toegekend omdat er geen beroepsmatige rechtsbijstand was verleend.
Het tweede geding betrof bezwaar tegen de berekening van het te korten bedrag aan inkomsten, waarbij betrokkene onder meer bezwaar maakte tegen de middeling van inkomsten en de verwerking van inkomsten uit uitzendwerk in week 53 van 1998. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak die het bezwaar gegrond had verklaard en oordeelde dat de toegepaste methode van het UWV juist was.
In het derde geding ging het om de weigering van het UWV om wettelijke rente te vergoeden over de nabetaling van 1998. De Raad oordeelde dat het late tijdstip van betaling aan het verzuim van betrokkene te wijten was en dat de eerdere uitspraak van de president van de Raad uit 1999 niet aan de weigering in de weg stond. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Raad bevestigt de meeste besluiten van het UWV en wijst het beroep van betrokkene grotendeels af, behalve dat het beroep tegen het bestreden besluit 2 ongegrond wordt verklaard.