ECLI:NL:CRVB:2003:AO5279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering privé-gebruik dienstauto bij vaststelling maatmaninkomen WAO
Betrokkene ontving sinds 1994 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het UWV had bij besluiten het maatmaninkomen vastgesteld zonder het privé-gebruik van een dienstauto als loonbestanddeel mee te rekenen. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze besluiten, met name tegen de waardering van het privé-gebruik van de dienstauto en een waarschuwing wegens het niet tijdig doorgeven van een loonwijziging.
De rechtbank vernietigde de besluiten deels omdat het UWV het privé-gebruik van de dienstauto niet had betrokken bij het maatmaninkomen, maar handhaafde de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep stelde het UWV dat de rechtbank een onjuiste berekeningswijze had gehanteerd door het volledige fiscale voordeel van het privé-gebruik bij het maandinkomen te tellen. Betrokkene vond de fiscale waardering te laag.
De Raad oordeelde dat het privé-gebruik inderdaad moet worden betrokken bij het maatmaninkomen, maar dat de fiscale waardering van het voordeel adequaat is en geen hogere waardering gerechtvaardigd is. Ook stelde de Raad vast dat een correctie van het maandinkomen met een twaalfde van het fiscale voordeel geen invloed had op de arbeidsongeschiktheidsklasse. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de waarschuwing wegens het niet tijdig doorgeven van loonwijziging werd eveneens gehandhaafd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd; het privé-gebruik van de dienstauto moet worden betrokken bij het maatmaninkomen, maar de fiscale waardering is toereikend en leidt niet tot wijziging van de arbeidsongeschiktheidsklasse.