ECLI:NL:CRVB:2003:AO5295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling grondslag WAZ-uitkering ondanks betwisting dagloonberekening
Appellante maakte bezwaar tegen de weigering van gedaagde om een WAZ-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn na de wachttijd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de uitkering was gebaseerd op het wettelijk minimumloon als grondslag.
In hoger beroep stelde appellante dat de berekening van het dagloon onjuist was, maar leverde geen concrete onderbouwing voor deze twijfel. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wetgeving de uitkering berekent naar de grondslag van het minimumloon en niet op basis van het dagloon.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitkering werd vastgesteld op een grondslag van f 104,66 met 70% daarvan als bruto uitkeringsdagbedrag.
De uitspraak werd op 7 oktober 2003 door de Centrale Raad van Beroep in het openbaar gegeven door de voorzitter en leden, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAZ-uitkering correct is vastgesteld op basis van het wettelijk minimumloon.