ECLI:NL:CRVB:2003:BI4301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- L.F.M. Verhey
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verplaatsing politieambtenaar en vergoeding reiskosten na overplaatsing
De zaak betreft het hoger beroep van een politieambtenaar tegen besluiten van de Korpsbeheerder van de politieregio Utrecht over zijn verplaatsing en de vergoeding van reiskosten. De ambtenaar was na een tijdelijke overplaatsing definitief geplaatst in een andere standplaats, waarbij hij een hogere reiskostenvergoeding van 60 cent per kilometer had aangevraagd, maar deze werd afgewezen.
De Raad overweegt dat de verplaatsing naar de nieuwe standplaats gerechtvaardigd was vanwege het dienstbelang en de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar, waaronder het ontbreken van adequate leiding op zijn oorspronkelijke post en de duidelijke stellingname van de burgemeester tegen terugkeer. De eerdere gebeurtenissen die tot de verplaatsing leidden, mogen in de beoordeling worden betrokken.
Ten aanzien van de reiskostenvergoeding oordeelt de Raad dat de ambtenaar als met toepassing van artikel 64 van Pro het Barp verplaatste politieambtenaar recht heeft op een vergoeding van 60 cent per kilometer, conform de regeling in artikel 3 van Pro de Reisregeling binnenland politie. De fiscale consequenties en het reispatroon zijn niet doorslaggevend. De Raad vernietigt het besluit dat de hogere vergoeding afwees en beveelt een nieuwe beslissing waarbij de hogere vergoeding en vertragingsrente worden toegekend.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen de verplaatsing ongegrond en het beroep tegen de afwijzing van de hogere reiskostenvergoeding gegrond. Tevens veroordeelt hij de appellant tot vergoeding van de proceskosten van de ambtenaar in hoger beroep.
Uitkomst: De verplaatsing van de politieambtenaar wordt bevestigd en hij krijgt recht op een hogere reiskostenvergoeding van 60 cent per kilometer.