ECLI:NL:CRVB:2003:BZ0484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onvoldoende functioneringsbeoordeling en nieuw besluit op bezwaar
Appellant, voormalig hoofd van het bureau Concern Informatie en Automatisering, werd beoordeeld met de kwalificatie 'onvoldoende' in een beoordelingsformulier van november 1998, wat door het College van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch is vastgesteld en gehandhaafd na bezwaar. Appellant werd in 1999 ontheven uit zijn functie en later eervol ontslagen op eigen verzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat er wel procesbelang was maar dat de beoordeling niet op onvoldoende gronden berustte. Appellant stelde in hoger beroep dat het functioneringsgesprek niet volgens de regels was gevoerd, met name het ontbreken van een derde bij het gesprek en het ontbreken van consistente beoordelingscriteria. Tevens betwistte hij dat andere stukken dan het functioneringsverslag als grondslag konden dienen.
De Raad constateerde dat essentiële procedurele voorschriften niet waren nageleefd, zoals het ontbreken van een derde bij het functioneringsgesprek, waardoor onduidelijk bleef wat besproken was. Dit risico mocht niet bij appellant worden gelegd. Ook was de verslaglegging niet volgens de voorgeschreven procedure gebeurd en ontbrak een inhoudelijke reactie van gedaagde op het standpunt van appellant over onvoldoende richtinggevend management en gebrek aan voorbeelden bij negatieve beoordelingen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Gedaagde moet een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Verder wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af wegens gebrek aan materiële en immateriële schade. Wel werden de door appellant gemaakte reis- en verletkosten in eerste aanleg en hoger beroep toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.