ECLI:NL:CRVB:2004:AO2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.H. van Kreveld
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging functiewaardering Driver RST wegens onbevoegdheid, rechtsgevolgen in stand gelaten
Appellanten, burgerambtenaren werkzaam als Driver RST bij het Ministerie van Defensie, stelden zich op het standpunt dat hun functiewaardering onjuist was vastgesteld. De waardering was vastgesteld op hoofdgroep II, niveau-groep a, met een score van 21 punten, later aangepast tot 24 punten, maar zonder wijziging van salarisschaal 3. Appellanten voerden aan dat het aspect "aard van de contacten" onjuist was gewaardeerd met 1 punt in plaats van 2, en dat hun functie gelijkgesteld moest worden aan hogere functies zoals Driver SSA.
De Raad constateerde dat de besluiten ten onrechte waren genomen namens de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, terwijl de bevoegdheid bij de Staatssecretaris van Defensie lag. Dit bevoegdheidsgebrek leidde tot vernietiging van de besluiten. Materieel oordeelde de Raad echter dat de waardering niet onhoudbaar was, omdat de communicatie in de functie beperkt is tot het verkrijgen en verstrekken van eenduidige informatie, en het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde vanwege wezenlijke verschillen met de Driver SSA.
De Raad vernietigde de besluiten, maar liet de rechtsgevolgen in stand uit proceseconomische overwegingen. Tevens veroordeelde hij de Staat tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De besluiten tot functiewaardering worden vernietigd wegens onbevoegdheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.